Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Gedrag » Gedrag en leefomgeving

Gedrag en leefomgeving

Wilde paarden leven in kuddeverband. Deze dieren hebben geen vaste verblijfplaats en trekken voor voedsel en water van plaats naar plaats. De kudde kent een leider. Meestal is dit een oudere merrie. De leider is het paard met het meest dominante en positieve karakter. Iedere kudde heeft een rangorde. Door deze rangorde weet ieder paard zijn plaats. De paarden die het laagst in rangorde staan, zijn meestal de enige paarden die vechten. Geen één van deze paarden wil onderaan de rangorde staan. Een paard alleen op de vlakte is heel kwetsbaar. In een kudde is het dier sterker

Een paard is een vluchtdier. Zijn reactie op gevaar is zo snel mogelijk wegrennen. Vandaar dat veel paarden op mensen schrikachtig voorkomen

In vrijheid leven paarden in een zogenaamde biotoop, dat is een gebied waar ze alles vinden om zich te voeden, om te rusten, te eten, te drinken, zich te wentelen en te schuilen. Die ruimte kan variëren van 1 tot 50 vierkante kilometer. De sociale veiligheidszone is dan weer een onzichtbare cirkel rond alle leden van de groep. Buiten die afstand begint het dier onrustig te worden en vindt het dat zijn soortgenoten te ver verwijderd zijn. De straal van die cirkel kan 5 á 6 m tot  20 á 25 meter groot zijn

Paarden zijn sociale kuddedieren. Dit kenmerk vormt de volgende voordelen:

-          Verhoogt hun overlevingskansen in de natuur

-          Vormt een voordeel om voedsel te vinden

-          Om belagers te ontmoedigen

Mimiek

Een belangrijke uitingswijze van het paard is de mimiek, dat wil zeggen de gelaatsuitdrukking die tot stand komt door de neus- en mondpartij, het orenspel en de uitdrukking van de ogen, het schudden van het hoofd en zwaaien van de staart, mogelijk tekenen van onrust of onvrede. Als de oren plat in de nek worden gelegd, wijst dit op een gevoel van ontstemming of agressie

Het wijd openen van de neusgaten is een teken van angst of opwinding, en het krachtig door de neus naar buiten blazen van lucht geeft daaraan nog een extra accent. Door het krullen van de bovenlip (flehmen) toont het paard nieuwsgierigheid of (seksuele) opwinding

Bij een kennismaking van veulens met een paard dat hoger staat in de natuurlijke rangorde (meestal een ouder dier), zal het veulen de ander benaderen met open mond, waarbij het veulen happende bewegingen maakt (zonder de tanden te ontbloten.) Dit is een teken van onderdanigheid, waarbij het veulen laat zien de andere als meerdere te erkennen

Het hinniken is een uitdrukking van gevoel of emotie. Hinniken kan een gevoel van eenzaamheid zijn. Wanneer het dient om gezelschap te zoeken van andere paarden, dan is de toon hoog en helder. Als het paard zijn verzorger met een bak eten begroet, zal de toon van het hinniken lager en vriendelijk zijn. Het hinniken kan ook overgaan in een piepende schreeuw, die door merries vaak wordt gebruikt om de toenadering van hengsten of andere paarden af te wijzen. Ook het stampen en onrustig heen en weer lopen of het veelvuldig mesten zijn tekenen van onrust. Onder het zadel is het zwaaien of ook het slaan met de staart vaak een teken van verzet tegen de ruiter. Krabben met de voorvoet is een teken van ongeduld

Stereotypieën zijn steeds herhalende, dwangmatige bewegingen die geen duidelijke functie hebben. Bij paarden kennen we bijvoorbeeld het luchtzuigen en/of kribbebijten, weven, hout eten en het heen en weer lopen volgens een vast patroon in de stal of voor het hek van de wei

Stereotypieën komen voor bij dieren die niet in hun natuurlijke leefomgeving worden gehouden. Hieruit blijkt al wel dat de meestal paarden die op stal gehouden worden niet in hun natuurlijke behoeften kunnen voorzien. Dit kan onder andere stress en problemen aan het verteringsstelsel veroorzaken. Het paard kan dit gaan compenseren door een bepaald compenserend gedrag te gaan ontwikkelen waardoor een stof wordt aangemaakt die de stress vermindert. Luchtzuigen en/of kribbebijten blijken bijvoorbeeld verband te houden met maagzweren of een verzuring in de maag. Door dit gedrag maakt het paard extra speeksel aan waardoor het zuur in de maag wordt geneutraliseerd. Dit blijkt onder andere uit het feit dat luchtzuigen het meest na het eten plaatsvindt.

Stress kan naast de genoemde oorzaken (te weinig sociaal contact, te weinig ruwvoer, te weinig beweging) ontstaan door bijvoorbeeld veel onrust op stal of een verkeerde wijze van training

Uit diverse onderzoeken is gebleken dat stereotypieën vooral in de eerste 9 maanden van het leven van een paard ontwikkeld worden en dat de wijze van opfokken een belangrijke factor  is in het ontstaan van stereotypieën