Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl

PPID, wat is dat?

PPID-foto-gemaakt-door-D-Rendle.jpg

PPID staat voor Pituitary Pars Intermedia Dysfunction. Vroeger noemden we deze aandoening 'Ziekte van Cushing'. Het is een aandoening die ook bij mensen en honden voorkomt, maar voor onze paarden is het toch een ziekte waar ze vaker last van hebben dan veel mensen weten. Dat deze ziekte zo vaak voorkomt, komt misschien doordat onze paarden tegenwoordig steeds ouder worden. En hoewel PPID als vanaf zevenjarige leeftijd kan optreden, zien we het vooral bij oudere paarden.

PPID wordt bijna altijd veroorzaakt door kleine, goedaardige tumoren in de hypofyse. Ook een afwijkende werking van zenuwen in dit hersengebied kan de klacht verergeren. Deze hypofyse, ook wel pijnappelklier of hersenaanhangsel genoemd, is een klein orgaan aan de onderzijde van de hersenen. De hypofyse produceert een groot aantal hormonen, die op hun beurt andere organen stimuleren om stoffen of hormonen te maken. Een lijstje van de belangrijkste hormonen:

ADH (Antidiuretisch Hormoon): speelt een belangrijke rol in het handhaven van de vochtbalans

Vasopressine: reguleert de bloeddruk

Oxytocine: zorgt voor onder andere voor contracties van de baarmoeder tijdens de geboorte

FSH (follikelstimulerend hormoon): speelt samen met LH een belangrijke rol in de voortplanting en de cyclus van het dier

LH (Luteïneserend Hormoon): zorgt voor de rijping van de eicellen en voor de eisprong

Prolactine: heeft een belangrijke functie bij de productie van melk voor het jonggeboren dier

STH (Somatotroop Hormoon): dit is het groeihormoon, die natuurlijk een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling, de groei van de beenderen en de stofwisseling van het dier

TSH (Thyroid Stimulerend Hormoon): zet de schildklier aan tot productie van het schildklierhormoon, dat weer een zeer belangrijke rol heeft bij de stofwisseling en op temperatuur houden van het lichaam

ACTH (Adreno CorticoTroop Hormoon): het is juist dit hormoon dat een grote rol speelt bij PPID. Dit hormoon regelt namelijk de afgifte van corticosteroïden. Deze corticosteroïden worden geproduceerd door een klein orgaan vlakbij de nier (de bijnier genoemd). Wanneer de hypofyse meet dat er weinig corticosteroïden in het bloed aanwezig zijn, geeft dit orgaan het ACTH af waardoor de bijnier aangezet wordt om meer corticosteroïden  te maken. Als er genoeg geproduceerd is, zal door de hypofyse weer minder ACTH gemaakt worden waardoor de productie stabiliseert. Echter bij PPID is, door de goedaardige tumor of door de zenuwveranderingen, geen goede terugkoppeling meer aanwezig en blijft de hypofyse  aldoor ACTH maken. De thermostaat is stuk en de bijnier blijft corticosteroïden maken. Zo ontstaat de Ziekte van Cushing.

Paarden die aan PPID lijden, kunnen een aantal symptomen hebben die niet allemaal tegelijk hoeven op te treden. Ze zijn gevoelig voor het ontwikkelen van hoefbevangenheid. De paarden worden lusteloos en gaan minder goed presteren. Vaak zweten ze meer. Soms zullen ze ook meer drinken en plassen en ook de eetlust is vaak toegenomen. Boven de ogen, waar bij oudere paarden vaak een kuiltje zit, kan vetstapeling optreden. Door de hormonale verandering kan de weerstand verlaagd worden en is het paard veel vatbaarder voor ontstekingen en infectieziekten. Eén van de meest in het oog springende veranderingen, is het langer worden van de vacht. Bovendien kan de vacht lichter van kleur worden. Als deze vachtveranderingen duidelijk aanwezig zijn, bestaat de aandoening vaak al langere tijd.

Als er uit de lichamelijke verschijnselen een verdenking is op PPID, dan kan door middel van bloedonderzoek de diagnose bevestigd worden. Bij een aantal testen zoals de Dexamethasonsuppressietest, de ATCH-stimulatietest en de TRH-stimulatietest, moet twee keer bloed worden afgenomen en moeten bepaalde stoffen worden toegediend. Eenvoudiger is de nieuwe ACTH-bepaling.

Sinds kort bestaat er een medicament dat in stat is om de ziekte te controleren. Volledig herstel is niet mogelijk, want de hypofyse zal niet veranderen. De verhoogde afgifte van corticosteroïden kan wel worden beperkt. Bij een ouder paard met een verdenking op hoefbevangenheid of één van de andere verschijnselen van PPID, kan het zinvol zijn eens een ACTH-test te doen. De aandoening kan namelijk, als hij onbehandeld blijft, voor ernstige en blijvende problemen zorgen.