Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Gedrag » Gedrag en leefomgeving » Hoe slapen paarden?

Hoe slapen paarden?

colt.jpg

Of paarden daadwerkelijk gaan liggen is daarbij, net als bij hun wilde soortgenoot, vooral afhankelijk van de juiste ondergrond. Zacht, droog en vormbaar zijn de criteria voor een perfect paardenbed. In de vrije natuur is het veiligheidsaspect erg belangrijk voor het slaapcomfort. Paarden gaan alleen in een vertrouwde omgeving liggen. Het liefst rusten paarden op droge plakken, door de zon opgewarmd en vanwaar zij de hele omgeving goed in de gaten kunnen houden. De voorkeur van een paard gaat vooral uit naar de open plekken; het rusten gebeurt op een dichter begroeide heide maar zelden. De hengsten rusten het grootste gedeelte van de tijd (zestig procent) samen met hun kuddegenoten. Welk paard bepaalde dat het tijd was voor een gemeenschappelijk dutje, was niet afhankelijk van de rang van het paard: paarden die op verschillende plekken in de rangorde stonden, luidden de rustfase in. De rang van een paard bepaalde uiteindelijk wel hoe lang de afzonderlijke paarden in totaal in de groep mochten slapen. De drie ranghoogste paarden brachten maar ongeveer zestig tot vijfenzestig procent van hun rusttijd in de groep door, bij de overige paarden was dat meer dan zeventig procent. Rangorde paarden lagen gemiddeld 7,8 procent van de 24 uur, terwijl ranglagere dieren maar 2,8 procent van de tijd lagen, hoewel alle paarden dezelfde behoefte vertoonden om te gaan liggen. Daarbij moeten de afmetingen van de ligplaats per paard volgens de formule driemaal schofthoogte bedragen. Een paard met een schofthoogte van 1,65 meter heeft dus minstens 8,2 vierkante meter ligplaats nodig. Als de stal gunstig is ingedeeld en het management ervan klopt, kan de ligplaats volgens de richtlijnen worden beperkt tot 2,5 x schofthoogte.

 

Een paard kan staand slapen door zijn passieve stamechanisme. Zijn bespiering, pezen en knie werken samen om dit mogelijk te maken. Het paard haakt als het ware één van zijn knieschijven bij zijn achterbeen over een haakje, waardoor hij letterlijk op dat been kan leunen. Hij moet altijd nog een klein beetje spierkracht leveren, waardoor je zult zien dat hij af en toe wisselt van het been waarop hij rust.