Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl

Maagdarmstoornissen

Het spijsverteringskanaal van het paard is ingesteld io vegetarische kost. Met de mond en de tanden wordt het voedsel kleiner en tot een brij gemaakt. De geringste afwijking in dit systeem kan dit levensbelangrijke proces frustreren en tot maagdarmstoornissen leiden

Aangeboren kwalen, zoals overbeet of ontbrekende kiezen, zorgen ervoor dat het kauwen wordt bemoeilijkt, waardoor het paard het voedsel niet volledig kan benutten of zelfs niet kan opnemen in het bloed. Vaak liggen ook scherpe kiesranden en -haken aan de basis van deze problemen. Om dit te vermijden is een jaarlijkse controle van het paardengebit geen overbodige luxe. De tanden worden dan rond geschuurd. Ook de zogenaamde wolfstanden kunnen bij het paard tot een verstoorde spijsvertering en mondkwalen leiden. Indien nodig worden de wolfstanden verwijderd. Aanwijzingen die op mondproblemen wijzen, zijn een grotere speekselvloed, moeilijk kauwen en slikken, het aan weerszijden uit de mond vallen van het voedsel, hoofdschudden en aanleuningsproblemen bij het rijden. In elk van deze gevallen breng je het beste meteen de dierenarts op de hoogte

http://www.cybercomm.nl/~pwouda/pwouda43.jpg

Deze aandoening onstaat wanneer de slokdarm, die het voedsel naar de maag transporteert, is afgesloten. Slokdarmafsluitingen treden relatief vaak op, maar kunnen met succes worden behandeld. Het ziet er ernstig uit als het paard met een vooruitgestoken hals  en speeksel uit de neusgaten tevoorschijn komen. De aandoening is doorgaans het gevolg van voedsel, zoals niet voldoende gewelde suikerbietstukjes of te haastig gegeten pellets. In zo'n geval waarschuw je de dierenarts, die kalmeringsmiddelen en spierontspanners toedient. Als dat geen succes heeft en het voedsel de slokdarm blijft afsluiten, wordt een maagsonde ingebracht en de maag gespoeld, wat een tijdrovende behandeling is

http://t1.gstatic.com/images?q=tbn:ANd9GcTwCtg44-EJoZd9kc80KlAegwillSSN4m6sxntpkeq9sd-ah7niDg&t=1

Koliek is een ander woord voor buikpijn. Er zijn verschillende soorten koliek, waarbij de symptomen al naargelang de intensiteit van de pijn verschillen. De verschijnselen variëren van licht zweten en onbehagen tot schoppen tegen de buik of voortdurend gaan liggen, opstaan of rollen. Koliek kan echter ook ontstaan door een blokkade in het urinekanaal, dor nier- of blaasstenen. Dit laatste komt niet vaak voor en zien we vrijwel alleen bij hengsten

Een krampkoliek ontstaat door een spasme van de darmspieren, bijvoorbeeld door wormen. Doorgaans worden spierontspanners en medicijnen tegen wormen toegediend

Een verstoppingskoliek is meestal het gevolg van zowel ongeschikt voer als teveel stro. Hoewel de pijn niet zo venijnig lijkt te zijn als bij krampkoliek, kan deze buikpijn zeer lang duren. De kwaal wordt meestal behandeld met de toediening van zowel paraffine via een maagsonde als pijnstillende injecties. Met behulp van een uitgebalanceerde voeding kan men verstoppingen meestal voorkomen

Gaskoliek worden door darmgassen veroorzaakt. Ze kunnen ontstaan door te kort gemaaid gras of groenten die in het spijsverteringskanaal zijn gaan gisten. Bij gaskolieken wordt eerst een pijnstillende injectie toegediend, waarna men het gas in de maag met behulp van een maagsonde probeert te laten ontsnappen

Darmverdraaiing (ileus) is de ergste kolieksoort, mogelijk als gevolg van een gas- of verstoppingskoliek. Een ileus maakt een operatie noodzakelijk. Het paard moet zo snel mogelijk naar een dierenarts worden gebracht

Grasziekte treedt 's zomers op bij weilandpaarden die ouder zijn dan twee jaar. In België en Nederland is de kwaal een zeldzaamheid, in Schotland, Groot-Brittanië en Zweden komt grasziekte vaker voor. De ziekteverwekker is nog niet bekend. Een vermoedelijk tot nu toe ontbrekende, schadelijke stof beschadigt de zenuwen die het maagdarmstelsel van het paard besturen. Het klinische ziektebeeld van grasziekte is zeer verschillend, wat het stellen van de diagnose bemoeilijkt. Er zijn vier vormen, waarvan de symptomen variëren al naargelang het een acute, semi-acute, een subacute of een chronische vorm van grasziekte betreft. Paarden kunnen van alle vier de vormen ziek worden. In de semi-acute vorm sterven de dieren meestal binnen 24 uur. Bij de acute vorm van grasziekte treedt de dood na twee dagen in, wanneer de maag zich met vloeistof heeft gevuld. Uit de neusgaten druppelt groene maaginhoud, uit de mond stroomt speeksel. Het gevolg is een zware koliek. De subacute vormen kunnen twee weken duren, de chronische zelfs maanden. De dieren vermageren, zweten, lijden soms aan lichte kolieken, zijn mat en rusteloos in hun bewegingen. Eet- en drinkpogingen, eindigen vaak met kokhalzen, kolieken of verstopping. Het paard sterft uiteindelijk aan uitputting. Hoewel er geen specifieke behandelingsmethoden voor grasziekte zijn, kan dankzij een bijzonder dieet 40% van de chronische gevallen genezen

Diarree is geen ziekte, maar een symptoom van verschillende kwalen. Het kan ontstaan door voer, bijvoorbeeld een te snelle omschakeling op gras. Het wordt problematischer als diarree het gevolg is van een bacteriële of parasitaire infectie, of door alle drie. Er volgt dan een prikkeling of ontsteking van de darmwand, wat tot diarree leidt

Salmonella is de gevaarlijkste van bacteriële infectie. Het kan leiden tot bloedvergiftiging, sterk vochtverlies en het paard kan er zelfs aan sterven. Salmonella is bovendien overdraagbaar op mensen

De Escherichia coli, een bacterie, veroorzaakt bij jonge dieren heftige diarree. De ziekte wordt bestreden met antibiotica, veel vochttoediening en darmversterkende middelen. Bovendien is een goede nazorg noodzakelijk

http://www.grapethinking.com/wp-content/uploads/2008/05/minty-e-coli.jpg

Clostridiuminfecties komen minder vaak voor, maar hebben niet zelden door shock en vochtverlies de dood tot gevolg. Ontstekingen van de dikke darm leiden vaak tot chronische vormen

In het bijzonder jonge dieren zijn vatbaar voor virusinfecties, waarbij een secundaire bacteriële infectie de ziekte kan verergeren. Lichtere gevallen worden behandeld met vitaminen. Bij secundaire infecties is toediening van antibiotica noodzakelijk

Een parasitaire infectie veroorzaakt vaak diarree. Bij volwassen paarden dringen de larven van de Trichonomena, de Cyathostiminae of de Strongylus vulgaris door de darmwand, met als gevolg diarree. Als de dieren niet worden behandeld, kunnen chronische vormen een kans krijgen. In dergelijke gevallen moet je beslist de dierenarts waarschuwen. De Strongyloides westri veroorzaakt diarree bij veulens. Dit symptoom wordt vaak beschouwd als een gevolg van het drinken van de eerste moedermelk. Deze diarree is echter van voorbijgaande aard

Strongylus vulgaris