Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Training » Longeren 1 » Werken aan de dubbele longe

Werken aan de dubbele longe

long_20080909_vdk0822.jpg

Bij het samenwerken aan de dubbele longe is je stemgebruik van superbelang, het gehoor is bij het paard namelijk het best ontwikkeld. Maak hier tijdens het werken met je paard gebruik van. Zorg ervoor dat de klemtoon van de commando's die je paard geeft, steeds hetzelfde is. Anders begrijpt je paard niet wat jij bedoelt.

 

Aan een enkele longe kun je geen afspraken maken met je paard. Het nut van de dubbele longe is het nabootsen van het werk dat het paard moet doen. Aan de teugel lopen, het goede contact hebben, op twee teugels lopen, dat is belangrijk. Longeren helpt om de samenwerking tussen paard en ruiter te stimuleren.

 

Je kunt het beste longeren met leren lijnen. Wanneer je stoffen longeerlijnen gebruikt, dan heb je teveel rek in de lijn. Dan kan je geen afspraken maken met je paard, omdat jouw verzoeken aan hem niet meer duidelijke overkomen. Een ander nadeel is wanneer je buiten aan het longeren bent en je hebt een stoffen longeerlijn, dan loop je de kans dat ze door de wind gaat wapperen. Dan verlies je het contact met je paard. Longeerlijnen houd je op dezelfde manier vast als onder het zadel. Neem in elke hand één lijn, zodat je ook echt kan sturen. Zodat je de controel hebt over je lijnen. De druk op de lijnen verkrijg je door je paard voorwaarts te drijven. Wanneer de druk dreigt weg te vallen, moet je met je stem je paard iets meer voorwaarts drijven. Als ondersteuning kun je een keer tikken met de lijn die achter de billen van het paard langs loopt, om extra aan de drijven. Doe dit altijd in combinatie met je stem.

 

Het contact met je paard verkrijg je door de druk op de lijnen op te bouwen. Wanneer je geen spanning op je lijnen hebt, dan ben je niet aan het africhten, niet aan het trainen. Dan ben je je paard rondjes aan het laten lopen maar je bent niets aan het doen. Met lange lijnen kan je je paard alles leren. Je kunt ze scheeft laten lopen, oftewel appuyeren, je kunt ze schouder binnenwaarts laten doen, je kunt ze zelfs leren verzamelen. Wanneer je achter het paard gaat lopen, kun je bovendien zijn achterhand actiever maken.

 

Door cavaletti te lopen, wordt een paard sterker in zijn hele bespiering, zonder dat hij wordt gehinderd door het gewicht van het ruitergewicht op zijn rug. Om een paard te stimuleren in zijn werk en om hem sterker te maken, moet je hem vrij laten bewegen aan de dubbele lijn. Dat is ook goed voor zijn coördinatievermogen. Je paard moet zelf opletten, moet zelf leren denken.

 

Probeer altijd je stem te verbinden aan het hulpen.

 

Wanneer je gaat longeren, is het heel belangrijk dat je paard over een goed passend hoofdstel en een goed passend bit beschikt. Heeft je paard een te scherp bit in en hij wordt gestuurd in de mond, dan wordt hij bang. En een gespannen paard kan nooit goed en gelijkmatig lopen. Hij laat niet meer los in zijn lichaam maar concentreert zich op het gevoel in zijn mond. Rijtechnisch kun je hier helemaal niets meer.

 

Doordat je met twee lijnen werkt, rijd je je paard eigenlijk vanaf de grond. Je kunt dus direct je paard beïnvloeden en koppelen aan bijvoorbeeld een geluidssignaal. Wij gebruiken dubbele lijnen ook bij jonge paarden. Ze leren zo heel snel wat teugeldruk is, waardoor het veiliger is voor de ruiter wanneer hij voor de eerste keer in het zadel klimt.