Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Ziek paard » Kreupelheid » Artrose

Artrose

artosebijpaard.jpg

Artrose is een gewrichtsaandoening, ook wel gewrichtsslijtage genoemd, waarbij het gewrichtskraakbeen in kwaliteit achteruitgaat en op en duur zelfs geheel kan verdwijnen. Hierdoor wordt bewegen pijnlijk en krijgt het paard de neiging om het gewricht steeds minder te bewegen. Dit veroorzaakt weer dat het paard stijf wordt en dat zijn spieren verslappen. Normaal gesproken ontstaat artrose uit een niet te genezen artritis, een acute gewrichtsirritatie waardoor het gewrichtskapsel zijn elasticiteit verliest. Mogelijk is ook een storing in de stofwisseling een oorzaak. Als artritis niet op tijd en vakkundig wordt behandeld, komt de ziekte snel in een chronisch, moeilijk te genezen stadium: artrose. Er ontstaan botwoekeringen. Deze afwijkingen kunnen in alle delen van het gewricht optreden. Het kraakbeen lost op en laat los. Daarmee ontstaan afwijkingen aan het bot en aan de zachte deelweefsels van het gewricht. Afgesplinterd kraakbeen wijst op schade aan het kraakbeen. Dit veroorzaakt - door druk en wrijving - pijn bij het bewegen. Het ontbreken van de dempende werking van het kraakbeen kan leiden tot ontstekingen in het gewricht. Tevens kan het onder het kraakbeen liggende bot aangetast raken waardoor woekeringen kunnen ontstaat. Door de belasting kan op de gewrichtsranden een ontsteking in de synoviaalmembraam ontstaan. Dit is de binnenste laag van het gewrichtskapsel, waar de gewrichtsvloeistof wordt aangemaakt. Tot de bekende artroses behoren spat (ontsteking aan het spronggewricht), botwoekeringen en hoefkatrol.

Artrose wordt gekenmerkt door een geforceerde, stijve manier van lopen en door pijn die optreedt bij het lopen in een wending. Vaak ontwikkelen deze gewrichtsafwijkingen zich sluipend. Hierdoor wordt de stijfheid in het begin niet altijd onderkend. Artrose is op te delen in verschillende fasen. Bij de chronische fase wordt de zwelling langzaam minder en is het ontstoken gewricht niet langer warm. Het paard loopt echter nog wel kreupel en stijf. Na een goede warming up echter lijken de klachten te zijn verdwenen. Pas bij een langdurige belasting worden de symptomen weer zichtbaar. In de acute fase daarentegen loopt het paard zwaar kreupel, afhankelijk van de ernst van de ontsteking. Het gewricht is warm, gezwollen en pijnlijk. Naarmate het paard langer in beweging is, wordt de kreupelheid erger. Het gebeurt vaak dat het gewrichtskraakbeen vermindert of zelfs oplost. Op de röntgenfoto zie je dan afwijkingen in de botstructuur met uitsteeksels/kwabben aan de randen van het gewricht. Je kunt dergelijke afwijkingen ook voelen. Een verdikte slijmbeurs in de vorm van gallen wijst vaak op slijtage aan de banden. Door het verlies van kraakbeen kan bovendien een verstijving aan het gewricht ontstaan, die de beweging van het paard verstoort. Het paard past zich aan de pijn aan. Dat kan leiden tot spierspanningen in de rug. Andere gewrichten kunnen ook overbelast raken, waardoor spierblokkades in schouders, nek of achterhand ontstaan. Paarden hebben vaak meer last van de artrose bij koud en vochtig weer. Onze waterkoude winterdagen zijn dan ook een beproeving.

Mogelijk oorzaken voor acute gewrichtsontstekingen zijn overbelasting of verstrekking van het gewricht. Dit komt vaak voor bij paarden die extreem bokken, snelle wendingen maken of gevallen zijn. Ook een verwonding door bijvoorbeeld een trap kan artrose veroorzaken. Behalve leeftijdgerelateerde slijtage ontstaat artrose vooral door continue zware belasting van de gewrichten. Bovendien kan ook een verkeerde stand van de hoeven de oorzaak zijn, bijvoorbeeld bodemwijd, bodemnauw of een o-benige stand. Ook kan slecht onderhoud van de hoeven of een ijzer dan nodig moet worden vervangen op de gewrichten inwerken, maar ook een te zware training of rijden op een harde ondergrond zijn funest. Grote en te dikke paarden zijn extra vatbaar, omdat het gewicht dat op de gewrichten inwerkt bij hen zo hoog is. Stoornissen in de stofwisseling kunnen van invloed zijn op de status van de gewrichten. Een te overdadig dieet, met name bij jonge paarden waarvan het skelet nog volop in ontwikkeling is, kan op latere leeftijd leiden tot artrose. Een niet uitgebalanceerde voedingspatroon, een onjuiste calcium-fosfor verhouding of een te grote hoeveelheid mineralen in de voeding kunnen eveneens leiden tot artrose. Artrose kan daarnaast worden veroorzaakt door de manier waarop jonge paarden tegenwoordig worden gehouden en door de prioriteiten van de fokker. Jonge paarden moeten vaak in korte tijd groeien en snel inzetbaar zijn. Van de paarden wordt verwacht dat zij de dressuuroefeningen en de hindernissen net zo goed afwerken als hun volwassen soortgenoten. Maar dat is niet realistisch.

De eerste stap naar een diagnose is een klinisch onderzoek ter beoordeling van de benen, pezen, banden en gewrichten. Daarnaast helpen stelling en het voordraven op harde en op zachte bodem evenals het lopen op een volte bij het stellen van de diagnose. De dierenarts kan het been gedeeltelijk verdoven. Hierbij worden selectieve delen van het paardenbeen van onder naar boven verdoofd. Als de kreupelheid verbetert, weet je waar de pijn vandaan komt. Vervolgens worden röntgenfoto's van het gewricht genomen om te zien in hoeverre de botstructuren zijn aangetast. Daar kan alleen een MRI-scan uitsluitsel over geven. In tegenstelling tot röntgenfoto's toont een MRI ook alle anatomische structuren driedimensionaal, zoals de pezen, banden, slijmbeurzen en het gewrichtskraakbeen. Een kijkoperatie onder volledige narcose maakt het mogelijk om de binnenkant van een gewricht met een sonde te onderzoeken. Op die manier kan de ernst van de ontsteking worden bepaald.

 Als er een vermoeden bestaat op artritis, moet onmiddellijk de dierenarts worden ingeschakeld. Al aanwezige afwijkingen aan het gewricht kunnen niet ongedaan worden gemaakt, maar het verloop van de ziekte kan wel worden geremd en zelfs tot stilstand worden gebracht.Tot nu toe waren een injectie met corticosteroïden en hyalonzuur ter vervanging van de gewrichtsvloeistof, de meest gangbare oplossingen. Corticosteroïden remmen de ontstekingen maar kunnen ook het kraakbeen verzwakken. Maar hyalonzuur heeft ook zijn beperkingen. Het vermindert weliswaar de ontsteking in het gewricht en het stabiliseert de stofwisseling, maar het heeft geen invloed op het gewrichtskraakbeen. En deze beschadiging vormt nu juist het grootste probleem. Sinds enkele jaren vormt Irap de nieuwe hoop in de paardengeneeskunde. Deze therapie gebruikt lichaamseigen stoffen om het aangetaste gewricht te genezen. Uit het bloed van het zieke paard wordt een serum gemaakt dat in het aangetaste gewricht wordt gespoten. De toepassing is echter arbeidsintensief ende kosten zijn hoog. In zware gevallen wordt de verstijving van het gewricht operatief aangepakt. Paarden die een dergelijke behandeling ondergaan kunnen vaak nog jaren zonder pijn lopen, hoewel hun beweging, afhankelijk van het betroffen gewricht, verstoord kan blijven. Geadviseerd wordt om het paard voldoende beweging te geven, zodat de gewrichten niet stijf worden. Verkeerde stellingen van de hoeven moeten met goed orthopedisch beslag worden verholpen.

Als artritis vroegtijdig wordt gediagnosticeerd  en behandeld, verdwijnt de ontsteking binnen een paar weken. Ook de kreupelheid verdwijnt. Het is belangrijk dat het paard niet te vroeg en slechts met mate wordt belast. Als de ziekte eenmaal de chronische fase heeft bereikt, is genezing niet meer mogelijk. Het voortschrijden van de ziekte kan wel worden afgeremd. Afhankelijk van het aangetaste gewricht en plaats van het gewricht verschillen behandelingsduur en kans op genezing sterk.

Voor de ontwikkeling van botten en gewrichten is het belangrijk dat het paard de juiste voedingsstoffen krijgt. Zo heeft de voeding van een zwangere merrie en haar voeding tijdens de zoogperiode invloed op de ontwikkeling van de gewrichten vna het veulen. Oudere rijpaarden moeten zich vrij kunnen bewegen en niet alleen maar worden getraind. Het inrijden van jonge paarden moet met veel aandacht gebeuren. Een opwarmfase van twintig tot vijfentwintig minuten beschermt de gewrichten tegen vroegtijdige slijtage. Bovendien is het belangrijk om de hoeven correct te laten beslaan, zodat verkeerde stellingen worden verholpen.