Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl

Zit je goed?

mellanform_52170230.gif

De stoelzit is een veel voorkomende fout. Door de bewegingen van het paard kan je bekken naar achteren gekiept worden, waardoor de vorm van de lendenwervels ronder wordt en de onderste punt van het borstbeen naar achteren knikt. Vaak knikt het hoofd van de ruiter als een soort contragewicht naar voren. In de spreidzit gebeurt het tegenovergestelde. Het bekken kantelt teveel naar voren, wat met een te holle rug samenhangt. Een automatische reactie is dan een vooruitstekende kin, waarmee de ruiter probeert om het evenwicht te redden. Bij de stoelzit strekt de ruiter de armen automatisch naar voren, worden de ellebogen meestal gespannen en de handen extreem onrustig. Bij de spreidzit steken de ellebogen meestal achter het lichaam uit en worden de handen naar beneden gedrukt. De rug wordt dan hol gemaakt en dat is onwenselijk, want een holle rug blokkeert de beweging van de ruiter en dus die van het paard.

 

Veel voorkomende oorzaken van zitfouten zijn het ontbreken van ritmegevoel, een slecht passend zadel, leren rijden op paarden die zich spannen of verkeerde begeleiding in het begin. Wie een stoelzit heeft, moet leren om het zitvlak meer naar voren te verplaatsen, naar de diepste punt van het zadel. Dat kan alleen als je zitvlak en bovenbeen ontspant. Bij de correctie van de spreidzit leer je minder op de bovenbeen te steunen en je gewicht naar je zitvlak te verplaatsen. Het belangrijkste bij de correctie van de zit is echter 'jezelf lang maken'. Correctie van scheefheid bij de ruiter is moeilijk. Daarom is ook hier het sleutelwoord 'jezelf lang maken'. 

 

Tijdens de contrastoefeningen neemt de ruiter stilstaand in stap, draf of in galop extreme posities in het zadel aan. Je buigt voorover of achterover, naar links of naar rechts tot je nog maar net je evenwicht kunt bewaren. Je strekt je bovenlichaam zover mogelijk uit. Zoek naar de grenzen bij het draaien van de armen, benen en het hoofd. Door de grenzen van je zit en houding in verschillende situaties op te zoeken, ontwikkel je meer lichaamsgevoel en vind je gemakkelijker jouw optimale houding.

 

Paardrijden is een sport waarvoor een goede lichaamsconditie en een behoorlijk uithoudingsvermogen nodig is. Vooral rompstabiliteit is belangrijk voor een goede ruiter. Rompstabiliteit is de spierbalans en controle in het gebied van het bekken, de heupen en de romp, die de stabiliteit van het hele lichaam in stand houdt.

 

Het doel van zitles is dat de ruiter zich volledig kan concentreren op de eigen zit, zonder bezig te zij met de controle over het paard. Zinvolle oefeningen zijn vooral het afwisselen van lichtrijden en doorzitten, het oefenen van de verlichte zit met korte beugels en het afwisselen van de diepere dressuurzit met een iets naar voren hellende semi-verlichte zit.

 

Zitoefeningen:

Draaien met gestrekte armen

Uitgangshouding: Je zit op het paard in stap met een knoop in de teugel, of aan de longe. Opdracht: Maak jezelf lang. Uitvoering: Je draait met gestrekte armen naar boven en naar achteren. Dit is om de schouders meer naar achteren te krijgen en jezelf langer te maken. Lang maken is een sleutelwoord voor zitoefeningen. Stel je voor dat je een touwtje aan je cap hebt dat je steeds omhoog trekt. Opbouw: Je begint in stap, daarna in draf doorzitten. Een leuke afwisseling is het draaien van de armen in tegenovergestelde richting, dit is een goede coördinatieoefening.

Bekken kantelen

Uitgangshouding: Je zit op een stilstaand paard. Opdracht: Concentreer je op de bewegingen van je bekken. Uitvoering: Kantel je bekken zo ver mogelijk naar voren en naar achteren. Zoek de meest extreme posities op. Probeer daarna de middenpositie te vinden. De instructeur kan je helpen door met een vinger net boven je broekband in je rug te duwen. De bovenkant van je bekken kantelt naar voren. Als de vinger teruggaat, volg je hem door de bovenkant van je bekken naar achteren te kantelen. Opbouw: Je begint te oefenen als je paard stil staat. Dan ga je stappen en volg je de beweging met je bekken.

Beide armen uitstrekken en draaien

Uitgangshouding: Je zit op een stilstaand paard. Opdracht: Werken aan de spieren van de onderrug. Uitvoering: Strek beide armen opzij en houd de handen op dezelfde hoogte als de schouders (linkerarm naar links, rechterarm naar rechts). Draai dan naar links en naar rechts. Belangrijk bij deze oefening is dat de ruiter naar kant kijkt waar hij naartoe draait. Door deze oefening worden de spieren in de onderrug losser gemaakt en aan de balans gewerkt. Opbouw: Eerst in stilstand, dan in stap, eventueel in draf en - aan een lijn - in galop. Dat zit soms lekkerder dan in draf.

Tenen aantikken

Uitgangshouding: Je zit op een stilstaand paard. Doe de beugels aan. Opdracht: Testen of je lening bent en of je je armen kunt bewegen zonder dat de benen mee bewegen. Uitvoering: De ruiter moet met de linkerhand de rechterteen aan kunnen tikken en andersom. Het is de bedoeling dat je zitvlak stabiel in het zadel blijft en dat je je benen en voeten niet optrekt. Opbouw: Deze oefening eerst doen op een stilstaand paard, later ook in stap.

Been over de hals

Uitgangshouding: Je zit op een stilstaand paard. Doe de beugels uit. Opdracht: Het evenwicht testen. Uitvoering: Doe één voor één je (buiten)been over de hals. Dus rechterbeen over de hals als op de op de linkerhand rijdt en linkerbeen over de hals als je op de rechterhand rijdt. Opbouw: Deze oefening eerst doen op een stilstaand paard, later ook in stap.

Hakken omhoog brengen

Uitgangshouding: Je zit op een stilstaand paard. Doe de beugels uit. Opdracht: Test of je je benen kunt bewegen zonder dat het bovenlichaam en de armen bewegen. Uitvoering: Laat de armen langs het lichaam naar beneden hangen en doe dan de voeten uit de beugel. Dan, zonder scheef te gaan zitten, de benen omhoog brengen en de hakken aantikken. Opbouw: Deze oefening eerst doen op een stilstaand paard, later ook in stap

Knieën tegen elkaar

Uitgangshouding: Je zit op het stilstaande paard met een knoop in de teugel of aan de longe. Doe de beugels uit. Opdracht: De spieren in bovenbeen en onderrug optrekken. Uitvoering: Beide knieën gebogen naar de voorkant van het zadel omhoog brengen. dit een aantal keren herhalen en na een paar keer kan ook het bovenlichaam voorovergebogen worden naar de opgetrokken knieën. Hierdoor worden de spieren aan de achterkant van het bovenbeen en in de onderrug opgerekt. Opbouw: Doe deze oefening eerst in stilstand. Gevorderden doen de oefening ook in stap.

Armen strekken

Uitgangshouding: Je zit op het paard in draf met een knoop in de teugel of aan de longe. Opdracht: Trainen van een onafhankelijke zit. Uitvoering: Tijdens het lichtrijden de armen afwisselend naar voren, omhoog, naar achteren en opzij brengen. Dit is om het lichtrijden te oefenen zonder dat je de teugels gebruikt als houvast en om jezelf zo lang mogelijk te leren maken. Opbouw: Als je nog moeite met je evenwicht hebt, kun je de oefening eerst in stap doen en daarna pas in draf.