Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Training » Longeren 1

Longeren

Onder longeren verstaat men het laten lopen van een paard aan een lijn die ‘longe’ heet. In het algemeen laat degene die longeert het paard in een cirkel om zich heen lopen. De bedoeling daarbij is, dat het paard al gaande aan de longe onder appél staat van degene die de longe hanteert. Het paard aan de longe dient gehoorzaam te zijn aan de aanwijzingen die de longeerder geeft met de longe, de lange zweep die chambriére genoemd wordt, en de stem. Dit is vergelijkbaar met een rijpaard onder de ruiter, dat gehoorzaam moet zijn aan de inwerkingen van zit, kuit en teugels van de ruiter

Het nut van het longeren is:

-          Het paard vertrouwd te maken met de mensen en het te leren te gehoorzamen

-          Het paard beweging te geven als het om de een of andere reden niet onder het zadel kan lopen

-          Veiligheid bij eventuele stalmoed

-          Gehele ontspanningsoefening

-          Correctie van verreden paarden

-          Als hulp voor de ruiter tijdens een zitles

-          Als hulp voor de ruiter bij voltige

-          De dierenarts mogelijk te maken het paard op eventuele kreupelheden te onderzoeken

De commando’s die bij het longeren gebruikt worden zijn:

-          Stap

-          Draf

-          Galop

-          Voorwaarts voor een overgang naar een snellere gang en naar een langzamere gang

-          Halt voor het halthouden

Gelijktijdig met deze commando’s geeft je de hulpen met de chambriére en met aanhoudingen. De intonatie is het belangrijkste bij het geven van commando’s aan de longe

Benodigdheden:

-          Paard

-          Kaptoom of hoofdstel

-          Longe

-          Chambriére

-          Longeersingel

-          Eventuele hulpteugels

-          Pijpkousen of bandages

-          Handschoenen

De kaptoom

De keelriem mag iets strakker dan normaal. De kaakriem moet echter zo vast dat de bakstukken niet in de ogen kunnen komen. Deze zorgt er tevens voor dat de kaptoom niet over het hoofd getrokken wordt. Verder moet hij verstelbaar zijn naar de lengte van het paardenhoofd. De neusriem moet overeenkomen met de breedte van het neusbeen en voorkomt eveneens dat de bakstukken in de ogen komen. De plaats van de neusriem is 2 vingers onder het jukbeenuitsteeksel en moet vrij strak bevestigd worden om verschuiven te voorkomen

Gebruik je een hoofdstel dan haal je de teugels eraf. De longe kan op verschillende manieren aan het hoofdstel bevestigd worden. Bijvoorbeeld aan de binnentrensring en aan de lage neusriem, door beide trensringen en weer terug aan de longe achter een knoop. Nog een mogelijkheid is de longe door de binnentrensring te halen en dan over het hoofd heen aan de buitentrensring te bevestigen

De longe mag niet korter zijn dan 9 meter en niet langer dan 11 meter en heeft meestal een wartel aan het kapeind. Wanneer de longe te kort is, moet het paard een te kleine cirkel maken. Als de longe te lang is, is het paard buiten bereik en heeft de longeerder te veel onnodige ballast

De chambriére is 2,5 meter rotan, dik bij het handvat en smal aan het eind, met een 3 meter lange slag

Een longeersingel is gewenst als je met hulpteugels wilt longeren. Hier komen we later op terug. Een paard moet altijd beenbeschermers om de benen hebben als je hem longeert om hem zo tegen strijken en aanschoppen te beschermen

De longe moet met grote lussen, zonder slagen opgerold worden, zodat de longe bij het verruimen van de cirkel zonder problemen uit de hand kan vallen. De lus aan het uiteinde van de longe moet je ook in de hand houden, maar niet om de pols. Als je de longe oprolt, begin dan altijd vanaf het paardenhoofd. Dit doe je door de lussen van de ene hand over te pakken in de andere hand. Of door bij het overgaan op de andere hand, de longe bij het oprollen in de chambriére hand over te nemen. Als je het paard naar je toe laat komen, neem je de longe over in de rechterhand en breng je met de linkerhand de lussen, die bij het oprollen worden gemaakt, in de rechterhand

Als het paard correct op de cirkel gaat, is de chambriére gericht op de achterhand van het paard. Als het paard de cirkel wil verkleinen, richten we de chambriére op de schouder van het paard. De voorwaarts drijvende hulp met de chambriére moet altijd gebruikt worden in combinatie met stemhulp; er mag echter niet met de chambriére geknald worden. Als het paard naar het midden van de cirkel moet komen, breng je als je rechtsom longeert de chambriére onder de linkerarm. Ga je over op de linkerhand, dan kun je de chambriére weer achter de rug om overnemen in de rechterhand

Bij het longeren loopt het paard om de ruiter heen in regelmatig gevormde cirkels, hiermee kunnen wij het paard gymnasticeren vanaf de grond. Het werk wat wij op de grond verrichten is vrijwel hetzelfde als wat wij doen als we erop zitten alleen dan onbelast. Ook is longeren bedoeld om paarden zadelmak te maken en in te rijden, conditie te trainen en gewoon om dagelijkse beweging te geven

Bij het longeren sta je zelf in het midden. Zet je binnenhak in het zand, deze laat je staan en draai je omheen met je buitenvoet, deze verwisselt natuurlijk als je van kant wisselt. De lijn houdt je rechtsom in je rechterhand en linksom in de linker, in de andere hand houdt je altijd de zweep tussen je wijs en middelvinger steunend op je elleboog

Voordat je een paard kan longeren of monsteren, moeten een aantal regels in acht genomen worden:

-          Loop altijd rechts naast je paard

-          Loop nooit met een paard zonder touw, teugel of longe

-          Houd het touw, de teugel of longe in je rechterhand en het uiteinde in je linkerhand

-          Loop nooit voor je paard uit

-          Laat het paard niet voor je uitlopen

-          Wees altijd alert, een paard is een vluchtdier

Je begint met het longeren op de linkerhand, omdat dit de meeste paarden het gemakkelijkst ligt. In sommige gevallen is het echter doelmatiger om rechtsom te beginnen. Belangrijk is dat de paarden snel genoeg in stap uit het midden weggaan! De longe laat je daarbij geleidelijk vieren. Houd je deze te lang vast, dan blijft het paard vlak om je heen draaien, of draait zelfs om. Laat je enkele lussen te veel los waardoor het paard eigenlijk los komt te staan, dan is het risico groot dat het paard gaat bokken of met een voorbeen over de longe slaat. Het verband en samenspel tussen aandrijvende en regelende hulpen, is bij het longeren al even moeilijk als bij het rijden. Het is van belang dat het paard aan de longe leert gaan

De volgende punten zijn hierbij van belang:

-          De chambriére moet zich ten opzichte van het paard in de juiste positie bevinden

-          De longe moet zonder boog of spiralen in een rechte lijn naar de hand van de longeerder gaan. De houding van de arm is als die van de ruiter

-          De hoek tussen longe en paard moet voldoende gesloten zijn

-          Het in een tempo lopen en goed gehoorzaam zijn aan de commando’s

http://www.lammert-haanstra.nl/img/singel.jpg

Maak de intensiteit ook zwaarder, ook kan je longeren met balkjes of cavaletti's. Leuke variatie voor het paard en nog goed voor het ruggebruik ook, zo zet je het paard echt aan het werk!

http://4.bp.blogspot.com/_2qPPKxm9AMU/TH-m5J7WMbI/AAAAAAAAAJM/oRCt7hF_gzg/s1600/collegiate_de_gogue_620.jpg

Bij stalpaarden is een half uur longewerk wel noodzakelijk. Dit kan met en zonder hulpteugels, maar als je echt wat wilt bereiken is met wel aan te raden

Wanneer je genoeg rijtechnische kennis hebt kan je je paard op de loodlijn zetten met touwtjes, dit kan je zowel rechtzetten als in stelling

Een longeur met goed rijtechnisch inzicht kan ervoor kiezen zijn paard met een pessoateugel te longeren. De pessoateugel loopt van het bit naar de achterhand, wanneer het dier van voor zijn hoofd omhoog doet zal het druk van achteren voelen waardoor het voorwaarts gedreven wordt en zo kan ondertreden. Of andersom

http://www.pointernet.pds.hu/lovaglas/lovaskep/futoszar_500.jpg

Sterke paarden - haal de lijn twee maal door de eerste bitring dat er een slag in komt en maak dan pas aan de buitenste ring vast

Paarden die moeite hebben met de stelling - door de binnenbitring halen en dan vastmaken aan de singel

Paarden die moeilijk door de hals lopen - door de binnenbitring halen en vastmaken onder de singel

Paarden die over de buitenschouder weglopen - haal de lijn door beide bitringen en maak deze vast aan de buitenkant van de singel