Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Training » Buitenrijden » Over verkeersregels

Over verkeersregels

zenuwen_6.jpg

Volgens de Nederlandse verkeerswetgeving zijn ruiters, koetsiers, maar ook begeleiders van een paard 'bestuurder', net als bijvoorbeeld automobilisten, fietsers en vrachtwagenchaffeurs. Dit betekent dat als je als ruiter gebruik wil maken van de openbare weg, je aan dezelfde regels moeten houden als alle andere bestuurders. Maar wat waren die regels ook al weer?

 

In Nederland geldt dat alle bestuurders op de openbare weg zoveel mogelijk rechts horen te rijden. Ruiters zijn verplicht om de ruiterpaden te gebruiken; koetsiers kunnen vaak niet anders dan gebruik maken van de (rechter) rijbaan. Als er geen ruiterpad aanwezig is, moet ene ruiter in de berm rijden of desnoods op de rijbaan, maar dan wel rechts. Op de rijbaan mogen ruiters niet naast elkaar rijden, alleen achter elkaar. Soms kun je uit veiligheidsoverwegingen wel even naast elkaar rijden. Als er bijvoorbeeld met een jong paard langs de weg gereden wordt, is het raadzaam om daar met een ervaren paard naast te rijden. Dit mag echter alleen als de paarden niet de doorstroming van het overige verkeer belemmeren. Ruiters mogen nooit op de stoep of op een voetpad rijden, maar ook niet op het fietspad of andere paden die voor (brom)fietsers bedoeld zijn. Het kan voorkomen dat het voor de verkeerveilighied soms beter is toch naar het fiets/bromfietspad uit te wijken. Indien er geen andere mogelijkheid is dan horen fietsers en bromfietsers ten allen tijden voor te gaan en ben je als ruiter, menner of begeleider altijd aansprakelijk voor eventueel probleemsituaties. Je kunt zelfs een bekeuring krijgen voor rijden op het voetpad of fiets/bromfietspad.

 

Nader een kruispunt altijd rustig, ook kruisingen van ruiter- met wandel-, fiets- of andere ruiterpaden. Voor kruispunten zonder verkeerslichten of verkeersregelaars staan hieronder de meest voorkomende voorrangsregels:

1) Verleen voorrang aan bestuurders die van rechts komen, tenzij je zelf op een voorrangsweg rijdt, wat meestal door markeringen of borden aangegeven wordt

2) Bij links of rechts afslaan heeft rechtdoorgaand verkeer voorrang. Hieronder vallen ook voetgangers die voorrang horen te krijgen

3) Bestuurders op een verharde weg hebben voorrang op bestuurders op een onverharde weg, zoals bijvoorbeeld een zandpad. Tenzij de bestuurder van de verharde weg links afslaat en de bestuurder van de onverharde weg rechtdoorgaat. Deze is dan rechtdoorgaand verkeer en heeft voorrang. Voetgangers vallen niet onder bestuurders en hoeven geen voorrang te krijgen

 

Ruiters of koetsiers die afslaan moeten dit aangeven aan de overige weggebruikers. Een ruiter doet dit door zijn linker- of rechterhand uit te steken, net als fietsers. Wanneer een koetsier naar rechts wil afslaan, geeft hij dit aan door zijn rechterarm uit te steken; als hij naar links wil, geeft hij dit aan door met zijn zweep in zijn rechterhand boven zijn hoofd naar links te wijzen. De kopruiter van een groep kan aangeven wanneer hij van snelheid mindert door zijn rechterhand op te steken. Dit stopteken laat de overige ruiters uit de groep zien wat er gaat gebeuren. Een ruiter of koetsier kan ook een teken geven aan een bestuurder; door zijn arm op en neer te bewegen vraagt hij het overige verkeer snelheid te minderen of geeft aan zelf snelheid te minderen.

 

Al deze verkeersregels moeten ervoor zorgen dat de verkeersveiligheid van weggebruikers wordt gewaarborgd. maar een paard is nu eenmaal een levend wezen. Daarom geldt voor elke verkeerssituatie met deze viervoeters, dat een goede samenwerking met het overige verkeer en begrijp voor elkaar het belangrijkste is om de verkeersveiligheid te vergroten. Het blijft natuurlijk altijd belangrijk om attent te blijven op datgeen wat er kan gebeuren. Iedere verkeerssituatie is weer anders en moet apart bekeken worden. Probeer als ruiter of koetsier te anticiperen op een komende verkeerssituatie met eventuele problemen en een geschikte oplossing voor dat moment te bedenken. Als je als ruiter of menner bijvoorbeeld een grote trekker ziet aankomen en weer dat het paard hier angstig voor is, probeer dan tijdig te handelen en een uitwijkmogelijkheid als oplossing te zoeken