Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Ziek paard » Wormziekten

Wormziekten

Alle weilandpaarden komen in aanraking met wormen. De wormen waar paarden last van hebben, ontwikkelen zich in de evolutiegeschiedenis vermoedelijk gelijktijdig met de paarden. Sommige endoparasieten zijn eenvoudig van structuur, maar er bestaan ook uiterst complexe verschijningsvormen. De meeste wormen zijn te verdelen in drie categorieën: ringworm (nematoden), lintwormen (cestoden) en platwormen (trematoden)

http://www.dapnoordwestfriesland.nl/Plaatjes/wormen.gif

ringworm

platworm

De klinische symptomen variëren al naargelang de worm die de besmetting veroorzaakt en de plaats in het lichaam waar de parasieten zich ophouden. Het meest voorkomende verschijnsel van een worminvasie is vermagering. Het paard lijdt aan gewichtsverlies, heeft geen eetlust, een belabberde vacht en ziet er ziek uit. Jonge dieren, die vaak last hebben van ringwormen, worden anemisch, krijgen doorgaans een opgeblazen buik en een ruwe vacht, waarbij de haren niet meer gladliggen

Ringwormen zijn grote, ronde, niet-gesegmenteerde parasieten die zich in het spijsverteringskanaal bevinden. De paarden raken besmet tijdens het grazen. Ze boren zich door de darmwand, verplaatsen zich in het lichaam en beschadigen de organen

De grootste wormgroep in het paardenlichaam betreft de Strongylus of bloedworm. Ze zijn er in verschillende grootten, van de uit de kluiten gewassen Strongylus vulgaris tot de kleine Trichomena. De larven verplaatsen zich in de dikke darm en ontwikkelen zich daar. Als ze volgroeid zijn, voeden ze zich met de inhoud van de dikke darm en beschadigen zowel het weefsel als de bloedvaten. De onrijpe wormlarven in de vaten blokkeren de bloedstromen van het spijsverteringskanaal en veroorzaken krampkolieken. De verplaatsing van grote aantallen wormen in de dikke darm kan ernstige diarree veroorzaken. De paarden in kwestie vermageren doorgaans sterk en de benen zwellen op. Zonder een snelle medische behandeling is de prognose niet best

 

De madeworm (Oxyuris equi) is een rondworm die men in de dikke darm van vooral jonge paarden aantreft. De worm kruipt uit de anus van het paard en left de kleverige eitjes onder de staart. Deze veroorzaken hevige jeuk, waardoor de paarden zich gaan schuren, wat uiteraard een verlies van veel staartharen inhoudt. Deze parasieten kunnen met alle in de handel verkrijgbare middelen bestreden worden. Het zinvolste is echter preventief ontwormen

http://iranhelminthparasites.com/equine/common/O1.JPG

De spoelworm (Parascaris equorum) is wit en kan tot 50 cm lang worden. De paarden krijgen de eitjes tijdens het grazen in de wei binnen, waarna deze via de darm in de lever en vervolgens in de longen terechtkomen. Daarna worden ze opgehoest en komen ze opnieuw in het maagdarmstelsel terecht. Deze wormsoort heeft het doorgaans op veulens voorzien; de symptomen zijn mild

Het komt echter voor dat de wormen het complete maagdarmstelsel lam leggen. Dan kunnen er darmperforaties optreden, die helaas meestal de dood tot gevolg kunnen hebben

spoelworm

 Van de draadworm (Strongyloides westri), ook wel haarworm genoemd, hebben vooral veulens alst. Ze lijden dan aan diarree. De veulens krijgen de draadworm vanaf het begin met de moedermelk binnen. Als de veulens in een vochtige, warme, vieze stal staan, ontstaan er tien dagen na de eerste infectie een tweede. In het ernstige geval zit er bloed bij de ontlasting. Draadwormen kun je bestrijden met de gebruikelijke wormmiddelen. Veulens dien je al in de eerste dagen na de geboorte te ontwormen. Ontworm de merrie vóór het veulenen met ivermectine, wat het aantal larven in de moedermelk vermindert

strongyloides westeri

Longworm (Dictyocaulis arnfieldi) treedt vaak op bij ezels, maar richt in die gastheer geen schade aan. Bij paarden en pony's ziet men deze besmetting relatief weinig. De parasieten veroorzaken echter een chronische hoest en ademnood. De wormen leven in de longen, waarbij het zelfs moeilijk is om een diagnose te stellen met behulp van endoscopie. Niet zelden staat de diagnose pas vast na een behandeling met fendendazole of ivermectine. Zelfs wanneer slechts één paard eraan lijdt, moeten alle dieren uit de groep worden behandeld: alleen op die manier kan de verspreiding van longworm een halt worden toegeroepen. Paarden en ezels mogen alleen samen in de wei als de laatste ontwormd zijn en de hele groep regelmatig gecontroleerd wordt

Filariasis (Onchocera cervicalis) ziet men vooral in de hals, soms zijn echter ook de pezen van de voorhand aangedaan. De wormen veroorzaken heel zelden kale plekken en zwellingen aan de benen. Ivermectine biedt soelaas

Lintworm komt relatief vaak voor, waarbij de meningen verdeeld zijn of ze daadwerkelijk een gevaar inhouden.

De lintwormcyste, het deel van de lintworm dat de besmetting veroorzaakt en zich in een ei ontwikkelt, wordt door druppeltjes uitgescheiden, besmet het weiland en wordt in het voorjaar en in de zomer met het gras door mijten opgenomen. 's Winters leeft deze mijt in hooi en stro; paarden kunnen het hele jaar door het slachtoffer worden van lintworm. Vandaar dat het belangrijk is de paarden elk half jaar (in september en maart) met een middel tegen lintworm te behandelen

 

Trematoden zijn niet-gesegmenteerde platwormen met zuignapjes (Fasciola hepatica.) Ze worden door slakken overgedragen. De paarden raken besmet tijdens het drinken van water of gedurende het grazen op vochtige weiden. Trematoden zijn vaak te vinden bij runderen en schapen; paarden zijn er lang niet zo vaak door aangedaan. Als het laatste wel het geval is, dan verplaatsen de parasieten zich naar de lever en veroorzaken anemie, diarree en geelzucht. Een onderzoek van de ontlasting levert meestal de diagnose op. De beste preventie bestaat uit voorkomen dat de dieren door slakken besmet drinkwater tot zich nemen; je moet ook alle reservoirs schoonmaken

De larven van horzels (Gastrophilus intestinalis en G. nasalis) bevinden zich in de paardenmaag, waar ze volgens de meeste dierenartsen grote schade kunnen aanrichten. Volwassen horzels leggen doorgaans in de nazomer eitjes in de paardenvacht van hals, schouders en benen. Het paard likt zich en knabbelt met zijn tanden aan de huid, waardoor de eitjes worden gestimuleerd om over te gaan tot het larvenstadium. De larvan dringen vervolgens via de mond in de maag en vormen putjes in het maagslijmvlies alvorens ze zich door de maagwand heen boren, wat als zodanig het spijsverteringsproces kan verstoren. De eitjes zijn moeilijk uit de vacht te verwijderen. Er zijn speciale mesjes voor in de handel. Een dubbele dosis ivermectine met tussenpozen van vier tot zes weken doodt de volgroeide wormen in de maag

Ontwormen:

Voorjaar (februari - maart): spoelworm, strongyliden (bloedwormen, kleine strongyliden)

Zomer (april - mei): spoelworm, strongyliden (zie voorjaar), maagdraadworm (behandeling indien gewenst)

Herfst (oktober - november): spoelworm, strongyliden (zie voorjaar), maagdraadworm (behandeling indien gewenst); eind oktober: tegen maaglarven van de horzel; eind november: met middelen die de larven doden

Winter (december): spoelworm, strongyliden (zie voorjaar), de horzellarven bevinden zich in de maag en in het derde larvenstadium

Gebruik 'breed-spectrum' preperaten, tegen bijna alle soorten wormen