Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl
Home » Training » Oefeningen te paard » Zo doe je dat doorzitten

Zo doe je dat doorzitten

doorzitten1.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In draf kun je als ruiter doorzitten of lichtrijden. Doorzitten betekent dat je in het zadel blijft en de opgooiende beweging volgt en opvangt met bekken, ondersteund door je benen. Je beweegt dus zo weinig mogelijk met je zitvlak, maar vangt juist de beweging op.

Bij lichtrijden veer je op uit het zadel als het buitenvoorbeen van je paard naar voren is. Het binnenachterbeen dat daar diagonaal tegenover ligt, ontlast je op die manier. Als je weer terugveert, is het binnenvoorbeen naar voren, waar je dat niet belast. Ook hier heb je balans en coördinatie voor nodig, zodat je niet achter of voor bent op de beweging en het ritme van het paard. In de dressuurproeven hoef je pas een hele proef door te zitten vanaf de klasse M1.

Goed doorzitten begint bij een goede, onafhankelijke zit. Goed zitten is eigenlijk een combinatie van zitten en staan, met licht gespreide en gebogen benen. Als het paard onder je vandaan zou verdwijnen, zou je landen op je voeten. Je bekken staat in principe in de neutrale stand. Het kan van daaruit naar voren en naar achteren kantelen. Hiermee volg je de bewegingen van je paard en vang je schokken op. Onafhankelijk zitten betekent twee dingen:

- Dat jouw bewegingen zo min mogelijk worden beïnvloed door de bewegingen van je paard

- Dat je als je één lichaamsdeel beweegt, niet automatisch een ander lichaamsdeel meebeweegt

De spieren in je bekkenbodem, buik, lendenen en lage rug moeten daarvoor sterk zijn. De balans tussen ontspanning en aanspanning is ook belangrijk. Als je je spieren teveel aanspant, voel je niet meer wat er onder je gebeurt en duw je jezelf als het ware uit het zadel. Als je te weinig aanspant, is het moeilijk om bewegingen te volgen en in balans te blijven. Ideaal is de zogenaamde vormspanning. Dat betekent dat je spieren voldoende zijn aangespannen om goed te zitten, zonder dat ze strak en (te) gespannen zijn. Je lichaam moet steeds elastisch blijven.

Je houding en balans verbeteren vaak naarmate je langer rijdt. Goede begeleiding en instructie zijn daarbij van belang. De instructeur moet vooral ook aandacht besteden aan de basis van je houding en zit. Balans, kracht en coördinatie komen uit je middenlichaam, zeg maar het gedeelte van borst tot billen. Een kleine verstoring daar werkt door tot in voeten en handen. Het helpt ook om zaken als spierkracht, balans en coördinatie zonder je paard te oefenen, bijvoorbeeld in de sportschool of op de yogamat.