Informatievoorpaardenliefhebbers.jouwweb.nl

Spijsvertering 2

horsegut_klein_300.jpg

 

 

 

 

 

 

Mond:

De spijsvertering begint al in de mond. Er moet goed worden gekauwd zodat de voedseldelen als kleine stukjes het maagdarmkanaal ingaan. Het speeksel bevat al wat enzymen en zorgt er ook voor dat het voedsel makkelijker kan worden doorgeslikt. Als een paard niet goed kan kauwen door problemen aan de tanden zal het eten minder goed worden verteerd en worden er minder voedingsmiddelen opgenomen. Ook is er meer kans op het ontstaan van koliek.

Slokdarm:

Hierin wordt het voedsel vanuit de mond naar de maag getransporteerd. De slokdarm bevindt zich aan de linkerkant van de hals en soms kan je daar een brokje eten dat wordt doorgeslikt zien langs schieten. Ook als het paard graast met het hoofd naar beneden, worden de voedingsmiddelen door de spieren van de slokdarm naar boven getransporteerd.

Maag:

De maag is bij het paard naar verhouding vaak klein, vaak is de inhoud niet meer dan 5 tot 10 liter. Bij de vertering van het voedsel speelt de maag geen grote rol. Doordat de slokdarm onder een vrij scherpe hoek de maag binnenkomt en ter plekke ook erg gespierd is, kan een paard niet goed braken of door oprispingen gas uit de maag afvoeren. Bij een probleem in de maag of de darmen kan een overmaat van voedsel of gas dan niet goed weg. Bij ernstige koliek kan een paardenmaag daardoor opzwellen en scheuren en dat is voor een paard fataal. Daarom zal de dierenarts bij koliek soms een slang in de maag van het paard brengen om zo de gassen of de vloeistof af te voeren.

Dunne darm:

Vanuit de maag komt het voedsel terecht in de dunne darm. Door de enzymen in de dunne darm worden suikers uit het voedsel verteerd en opgenomen. De dunne darm kan 25 meter lang zijn. En die lange darmen zijn ook nog eens niet al te goed vastgezet in de buik. Als de gedraaid raken of bekneld raken kan het paard een ernstige koliek ontwikkelen waarbij vaak alleen een operatie het dier kan redden.

Dikke darm:

Vanuit de blinde darm komt het voedsel in de dikke darm terecht. Ook dit darmdeel is bij het paard flink ontwikkeld. Het voorste deel kan wel 80 tot 100 liter voedsel bevatten. De dikke darm bestaat uit het paard uit twee U-vormige delen die elkaar overlappen. Met name in het deel dat in het bekken van het paard ligt is de bocht vrij scherp en gaat de darm ook nog eens van een breed deel over in een wat smaller deel. Daardoor kan op die plaats gemakkelijker verstoppingen ontstaan. In de blinde darm en in de dikke darm wordt het ruwvoer, de vezels en de cellulose verteerd. Hier breken micro-organismen dit taaie voedsel af tot producten die het paard kan opnemen. Als het paard plotseling ander voer krijgt kan de vertering gemakkelijk verstoord raken. Het paard krijgt een verstopping of diarree.

Blinde darm:

Vanuit de dunne darm komt het voedsel terecht in de blinde darm. Bij het paard is dit stuk darm erg groot. De blinde darm kan een meter lang worden en een inhoud van 50 liter hebben.

Endeldarm:

De resten van het voedsel gaan via het laatste deel van de dikke darm en de endeldarm weer naar buiten. Door de vorm van deze laatste stukken darm krijgt de paardenpoep de karakteristieke vorm van ballen die we allemaal kennen van het uitmesten.